Nederlandse MKB bedrijven ontvangen minder vaak banklening

In vergelijking met mkb-bedrijven in andere landen, ontvangen Nederlandse ondernemers minder vaak een banklening, zo blijkt uit een rapport van het Centraal Planbureau (CPB). Daarnaast blijkt ook dat aanvragen van Nederlandse ondernemers vaker worden afgewezen dan bij andere landen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het feit dat Nederlandse mkb’ers vaak geen aanvraag doen, omdat bij voorbaat al wordt gedacht dat deze aanvraag wordt afgewezen. Ook de stabiele financiële situatie bij Nederlandse bedrijven speelt een rol, waardoor het ook minder vaak nodig is om überhaupt een lening aan te vragen bij de bank.

Download Visuele samenvatting MKB-bankfinanciering

banklening

De laagste cijfers in Europa

Volgens het CPB vallen de cijfers vooral op in vergelijking met die van andere Europese landen in de eurozone. Een kwart van de Europese mkb-bedrijven ontvingen in de periode 2017-2018 een banklening, en bij het Nederlandse MKB ging het om maar 9%, een stuk minder. Daarnaast is ook het aantal aanvragen een stuk lager dan het Europese gemiddelde. Dit ligt op 30%, terwijl het bij Nederlandse bedrijven de helft is: 15%. Tot slot is de kans dat een Nederlandse aanvraag wordt geaccepteerd 60%, tegenover de 74% in Europa.

Nederland valt duidelijk buiten de boot in dit opzicht, want alleen Nederlandse mkb-bedrijven vroegen minder vaak een lening aan in de onderzochte periode. Dit beeld blijft ook overeind wanneer de Nederlandse cijfers worden vergeleken met die van de eurozone, de hele EU of alleen de vergelijkbare landen in Europa.

Verklaring van de lage cijfers

Het CPB heeft een mogelijke verklaring voor het lage aantal aanvragen van Nederlandse mkb’ers. Dit aantal is vooral te verklaren door het feit dat Nederlandse mkb’ers simpelweg zelf de financiële middelen hebben om bepaalde uitbreidingen te doen. Hiervoor hebben ze dus geen hulp nodig van de bank. Daarnaast is er nog een reden waarom de cijfers in Nederland zo laag liggen. Volgens het CPB zijn Nederlandse mkb-bedrijven bang om afgewezen te worden, en dit is dan ook de reden dat veel ondernemers geen aanvraag doen.

Toch kwam in april het nieuws dat zo’n 70% van de mkb-bedrijven in Nederland de komende vijf jaar wil gaan investeren. Het is inderdaad zo dat Nederlandse banken de leenaanvragen vaker afwijzen; zodat er een gezonde leenportefeuille ontstaat met zo min mogelijk probleemleningen. Dit percentage was in 2018 in Nederland maar 2,2%. Toch is dit niet altijd de oplossing en landen als Duitsland, Luxemburg en Finland zijn hier het voorbeeld van. Het aantal probleemleningen is hier nog lager, maar de kansen dat een aanvraag wordt geaccepteerd ligt hier een stuk hoger.

Macht van de Nederlandse banken

Ook de marktmacht van de Nederlandse banken speelt mogelijk een rol bij deze lage acceptatiekans, meldt het CPB. De vijf grootste banken in Nederland nemen 80% in van de totale bankactiva. Ter vergelijking, dit is in Duitsland maar 30%. Daarnaast is er nog een belangrijk punt dat meespeelt in deze situatie. De Nederlandse zelfstandige had in 2017 maar met gemiddeld 1,5 bank een zakelijke relatie; dit is het laagste aantal in de eurozone. De machtige positie van de grootste banken zijn mogelijk onder andere de oorzaak van de hoge rentes in het bedrijfsleven.

De hoge rentes

marktrentes
Marktrentes voor bedrijfsleningen in Nederland liggen relatief hoog

Omdat er sprake is van beperkte concurrentie zijn er relatief hoge rentes in het Nederlandse bedrijfsleven. De rente voor een zakelijke lening van één tot vijf jaar is in Nederland gemiddeld 2,3%. Dit is in Italië 1,4% en in Duitsland 1,6%. De Nederlandse rente ligt dus een halve tot een hele procent hoger dan in Duitsland. De voorwaarden bij landen als Duitsland en Italië zijn niet anders, toch zijn de rentes een stuk lager.

Voorkeur voor hypothecaire lening

Vanuit het CPB zijn er ook signalen dat er nog een ander punt is waarop de Nederlandse norm afwijkt van de Europese. Nederlandse banken geven namelijk voorkeur aan hypothecaire leningen. De reden hiervoor is de bescherming van de banken wanneer er sprake is van problemen bij terugbetaling. Deze bescherming is betrekkelijk sterk: de fiscus draagt een deel van de lasten, maar er is ook een ander belangrijk punt: de looptijd van een hypothecaire lening is over het algemeen lang, en de kosten voor het innen van belasting liggen laag. Dit zijn voor Nederlandse banken redenen om eerder een hypotheeklening te verschaffen.

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) vindt dat de internationale vergelijking die het CPB maakt geen inzichten biedt voor conclusies over de Nederlandse markt. Er valt daarnaast volgens de NVB ook niet duidelijk te maken of de economie in Nederland ook daadwerkelijk zal floreren op het moment dat er sprake is van een ruimere of juist een minder ruime kredietverlening. Volgens de NVB houden de banken risico’s scherp in de gaten en is er daarom een laag percentage van probleemleningen (2,2%).

Ook stelt het NVB in een reactie dat de banken in 2017 een uitstaand krediet hadden van 127 miljoen, en dit is volgens hen een flinke bijdrage aan de groei van de Nederlandse mkb-bedrijven. Dit bedrag groeide in het tweede kwartaal van 2017. Het aantal succesvolle kredietaanvragen is volgens het NVB ook gegroeid, een het aantal afwijzingen is juist gedaald.

Lenen in de toekomst

Leningen blijven nog altijd de belangrijkste bron van externe financiering bij Nederlandse mkb-bedrijven, ondanks de cijfers van het CPB. Bedrijven kunnen door het lage percentage van geaccepteerde aanvragen gaan achterlopen op bedrijven in de rest van Europa. Dit betekent op lange termijn dat deze methode van de Nederlandse banken nadelig kan zijn voor de economische groei, meldt het CPB. Daarom is het belangrijk dat het voor mkb-bedrijven makkelijker wordt om een lening aan te vragen bij de bank.

Zowel vanuit het Centraal Planbureau als de Nederlandse Vereniging van Banken klinkt er commentaar op de cijfers die zijn gepresenteerd. Mede doordat Nederlandse mkb-bedrijven vaak al geen lening aanvragen vanwege de lage kans op acceptatie, blijven de Nederlandse percentages lager dan die van de rest in de eurozone. Daardoor is het wellicht belangrijk om als zelfstandige ondernemer de kans te wagen om de lening toch aan te vragen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *