Kwart van MKB-bedrijven zoekt externe financiering

Van de mkb-bedrijven met een grootte tot 250 werknemers heeft bijna een kwart financiering van buitenaf nodig. Dat blijkt uit de Financieringsmonitor, opgesteld door het CBS. De monitor is samengesteld aan de hand van een enquête onder 5.200 mkb’ers uit de business economy, tussen juli 2017 en juli 2018. 81% van degenen die extern geld nodig hebben gaat daadwerkelijk op zoek. De bank is de favoriete plek om geld te lenen. De belangstelling voor andere financieringsvormen is in de afgelopen jaren licht gestegen. Of extern geld kan worden aangetrokken is vooral afhankelijk van de financiële gezondheid en de bedrijfsomvang.

financiering jongen achter laptop

Financieringsbehoefte afhankelijk van bedrijfsomvang

Een belangrijke indicator voor de financieringsbehoefte is de bedrijfsomvang. Middelgrote bedrijven hebben het meest vaak extern geld nodig. Dat is niet zo verrassend, want daarbij gaat het relatief vaak om startups, die zelf hun grote groeiambities niet kunnen financieren. Grote bedrijven maken minder gebruik van externe financiering, omdat zij hebben doorgaans al toegang hebben tot externe geldbronnen of gebruik kunnen maken van het vermogen van een moederbedrijf. Bij kleine en microbedrijven is er wat minder sprake van innovaties en schaalvergroting. Daardoor hebben die wat minder behoefte aan geld van buitenaf.

Industrie investeert het meest

De behoefte aan extern geld verschilt ook per sector. In de ‘nijverheid’ (industrie, energie, waterbedrijven, delfstoffenwinning, afvalbeheer) wordt relatief veel geïnvesteerd in materiële vaste activa. In deze sector is de behoefte aan extern geld het grootst (28,1%). Ook in de ‘handel’ heeft men tamelijk vaak (26,0%) extern geld nodig. ‘ICT’ en ‘zakelijke dienstverlening’ proberen in het algemeen om niet of zo weinig mogelijk afhankelijk te zijn van externe geldverstrekkers. De sector ‘onroerend goed en reparatie’ heeft het minst behoefte aan extern geld (15,4%). In deze sector zitten woningcorporaties, die geld kunnen aantrekken onder borgstelling van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

Financieren vanuit eigen middelen heeft de voorkeur

Het spreekt voor zich dat bedrijven met veel eigen vermogen weinig behoefte hebben aan geld van buitenaf. Zij kunnen hun investeringsbehoefte financieren vanuit de eigen middelen, bijvoorbeeld door winsten in te houden en door reserves aan te spreken. Dat geldt ook voor bedrijven met een hoge winstmarge en een hoge rentabiliteit. Hoe beter de verhouding is tussen de winst en het eigen vermogen, des te groter is de kans dat zo’n bedrijf vanuit eigen middelen kan financieren. Dat gebeurt ook veel, liefst 75% van de bedrijven in het mkb financiert vanuit eigen vermogen. Bij eenmanszaken wordt regelmatig privévermogen als financieringsbron ingezet.

81 % gaat op zoek naar de mogelijkheden

Van de bedrijven met een externe financieringsbehoefte neemt 81% concrete stappen om de mogelijkheden te onderzoeken. Dat gebeurt het meest in het midden- en kleinbedrijf, en dat doen die bedrijven ook niet voor het eerst. Driekwart van de ondernemingen heeft al eerder externe financiering aangevraagd of in elk geval de mogelijkheden daarvan onderzocht. Zij roepen daarbij meestal de hulp in van een accountant of een financieel deskundige. De bedrijven die besluiten om zich niet te oriënteren zeggen te verwachten geen financiering te krijgen (22%), andere prioriteiten te hebben (17%), of vanwege andere redenen niet op onderzoek uit te gaan.

Overheidsinstrumenten zijn niet bekend

De overheid wil ondernemers helpen om toegang te krijgen tot financiering. Ze heeft daarvoor een aantal instrumenten en regelingen ontwikkeld. Voorbeelden daarvan zijn het Innovatiekrediet, de SEED Capital regeling en de Borgstelling mkb kredieten. Deze instrumenten zijn via diverse overheidsloketten beschikbaar. Desondanks geeft ruim 65% van de bedrijven aan niet bekend te zijn met deze loketten. Van degenen die wel bekend zijn met de loketten maakt 31% gebruik van RVO.nl. De bekendheid van de andere loketten ligt tussen 4 %en 15%.

Bank staat bovenaan als informatiebron

De belangrijkste plek om informatie te vergaren over financieringsmogelijkheden zijn de banken. Zij worden in populariteit gevolgd door accountants en financieel adviseurs. Een kleiner deel van de ondernemers benadert zelf alternatieve financiers en bekenden, of gaat zelf op zoek naar informatie. De handelswijze is mede afhankelijk van de bedrijfsgrootte. Grote bedrijven stappen sneller (46%) naar financiers buiten het bankwezen dan kleine bedrijven en eenmanszaken. Die zoeken zelf informatie online op of vragen bekenden om te helpen. Er zijn ook verschillen per sector. ICT’ers oriënteren zich vooral online. Traditionele sectoren zoals de landbouw gaan naar de bank of een financieel adviseur.

Lening bij de bank is meest gewild

Aangezien veel ondernemers naar de bank gaan voor advies zal het geen grote verrassing zijn dat de traditionele bancaire producten, zoals een banklening, leasing en een rekeningcourant, bij ruim 60% van de bedrijven de meest populaire financieringsvormen zijn. Ruim 40% van hen overweegt een lening, 20% een leasingoplossing en 12% financiering via rekeningcourant. Eenmansbedrijven en bedrijven in de ICT-sector kijken relatief vaker naar alternatieve financieringsvormen, zoals crowdfunding (11%), business angels (7%) en informele investeerders (25%). Wat ongetwijfeld ook een rol speelt, is dat de randvoorwaarden bij deze alternatieve financieringsvormen minder streng zijn.

Oriëntatie leidt meestal tot een aanvraag

Van alle bedrijven die zich laten informeren over de mogelijkheden van externe financiering doet ruim 65% ook werkelijk een aanvraag. Het kleinbedrijf en het middenbedrijf doen dat het meest. Eenmansbedrijven doen veel minder vaak een aanvraag, omdat ze niet afhankelijk willen worden van een financier. Het is opmerkelijk dat meer dan de helft van de startups niet tot een aanvraag komt. Want juist startups hebben behoefte aan groei en ontwikkeling. Vermoedelijk zijn ze wat terughoudend doordat ze nog wat onzeker zijn. Ook hun kleine omvang speelt een rol. Bij de snelle groeiers daarentegen doet 78% een aanvraag.

Wel onderzoek, maar toch geen aanvraag

Van de bedrijven die de financieringsmogelijkheden hebben onderzocht doet 35% uiteindelijk geen aanvraag. Dat betekent niet altijd dat ze hun uitbreidingsplannen afblazen. In 30% van de gevallen wordt de aanvraag niet gedaan omdat het gelukt is om de financiering vanuit eigen middelen te realiseren. Anderen (30%) hebben hun plannen uitgesteld. Zij wachten op een verandering van de marktomstandigheden, zoals een grotere vraag of minder concurrentie. Als de tijd rijp is zullen ze wellicht alsnog een aanvraag gaan doen. Ongeveer 20% doet definitief geen aanvraag, omdat men verwacht dat die toch wordt afgewezen.

Meeste financieringsaanvragen zijn succesvol

Van alle aanvragen leidt 84% tot financiering of een deel van de financiering. Het grootste deel van de financieringen wordt via de banken geregeld. Als onderpand worden daar het bedrijfspand of machines tegenover gezet. Naarmate de bedrijven groter zijn stijgt het slagingspercentage. Dat komt doordat grotere bedrijven al langer bestaan, met als gevolg dat de wederzijde informatie-uitwisseling tussen bedrijf en financier op een hoger niveau staat. Grotere bedrijven hebben doorgaans ook een breder aanbod aan activiteiten. Daardoor lopen de geldverstrekkers minder risico. De slaagkans is bij elke bedrijfsomvang groter dan 90%, behalve bij eenmansbedrijven. Daar is de slagingskans duidelijk lager.

Zonder sterk onderpand is financiering lastig

De slaagkans op externe financiering is groter naarmate het risico voor de financier lager is. Opmerkelijk genoeg is in de sector ‘onroerend goed en reparatie’ vrij gemakkelijk een financiering te krijgen. Dat komt doordat woningcorporaties in geval van nood een beroep kunnen doen op het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. In de sectoren ‘ICT’ en ‘zakelijke dienstverlening’ is het lastiger. Deze bedrijven hebben alleen een werkkamer met bureau en computer nodig. Daarmee hebben financiers weinig onderpand. Immateriële onderpanden, zoals software of websites, worden wel gebruikt. Maar daarvan zijn de opbrengsten onzeker, wat betekent dat financiers meer risico lopen.

Externe financiering in de toekomst

De meeste bedrijven die in het afgelopen jaar een externe financiering hebben gekregen verwachten in de nabije toekomst geen nieuwe financiering nodig te hebben. Bij de bedrijven van wie de aanvraag is afgewezen is dat anders. Van hen wil het merendeel snel een nieuwe poging doen. Een nieuwe aanvraag zal door de meeste bedrijven weer bij de banken worden gedaan. Financieren op basis van een lening blijft dus onverminderd populair. Maar in de komende jaren wordt verwacht dat financiering op basis van leasing en rekeningcourant sterk zal teruglopen. Financieren met behulp van informele investeerders zal juist verdrievoudigen.

Microbedrijven stimuleren vernieuwing

De nieuwe alternatieven voor externe financiering (crowdfunding, participaties, leverancierskrediet, factoring, business angels) worden in slechts 10% van de gevallen gebruikt. In de komende jaren zullen deze alternatieven naar verwachting langzaam in populariteit en bekendheid groeien. Vooral eenmanszaken zijn daar verantwoordelijk voor. Voor hen is het moeilijker dan voor grote bedrijven om bij banken financiering te krijgen. Daardoor staan ze meer open voor nieuwe ontwikkelingen dan grotere bedrijven. Die vernieuwing lijkt voorzichtig door te zetten: 5% van de microbedrijven verwacht het komend jaar te gaan financieren met crowdfunding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *